kleur-tuinbouw Tuinbouwarbeider

BEROEPSPROFIEL

De leerling werkt later als assistent in de ruime tuinbouwsector.

Dit betekent:

  • plantsoenen onderhouden
  • grond bewerken, planten, zaaien, oogsten
  • met tuinmachines werken
  • seizoensgebonden handenarbeid verrichten

Een sterke verbondenheid met de natuur, het kunnen omgaan met vrije ruimte en diverse weersomstandigheden, voldoende fysieke kracht en uithouding hebben, een zekere handigheid bezitten, zijn belangrijke voorwaarden om de opleiding te kunnen voltooien.

BEROEPSGERICHTE VAKINHOUDEN

Binnen de BGV-vakken leren wij allereerst de basistechnieken van de beroepsopleiding aan: gebruik van handgereedschap, grondbewerking en plantsoenonderhoud, de verschillende teeltwijzen en vermeerderingstechnieken.  Ook de aanleg en het onderhoud van perken en tuinen komen aan bod.

Daarnaast krijgen de leerlingen een basiskennis over diverse planten, bloemen en bomen.

Door praktijkervaringen binnen de school en tijdens stages aan te bieden, kan de leerling de elementaire kennis omzetten in praktische handelingen.

Tijdens de lessen gaat er ook veel aandacht naar de werkattitudes van de leerlingen en het zorgvuldig naleven van de specifieke veiligheidsregels.

In het volgende schema vindt u een overzicht van de lessentabel tuinbouwarbeider:

 

EINDE OPLEIDING

Na deze beroepsopleiding kan de leerling terecht in de ruime tuinbouwsector zoals een boomkwekerij, een bloemenkwekerij, een tuinbouwbedrijf of bij een tuinaannemer.